Zonder titel, Raemansky, Gemengde techniek, 19x27 cm, nr. 14527
Labyrint
Spring in het diepe van de nacht. Licht een tak bij, een zuil,
schoorsteenpijpen. De uitroeptekens in de gehavende stammen
bakens van verdriet. Waar je heen gaat weet je niet, maar je moet
weg uit de gekokerde tijd, de getunnelde jaren. Voor nu kun je er
niet zeker van zijn dat de morgen aanbreekt noch dat je ergens
aankomt. Overal moeras, modder, slijk, de kaarsendover over
het flakkerende verlangen. Je vervloeit met het zwart in het graf,
ademt nog een zwakke waakvlam. Ergens moet een uitgang
zijn, in de aarde, onder water, achter het steen. De wegen kronkelen
met alle windrichtingen mee. Op iedere plek ben je al eens eerder
geweest. Markeringen nemen elkaars gedaante aan. Paden smeken
om te worden ingeslagen, bieden zich als gewillige courtisanes aan
om te worden betreden, aanbeden. De gillende sirenes van vergetelheid
in het bos. Een dronken gnoom krabbelt een plattegrond. Jonge honden
nemen je op sleeptouw. Je leert vertrouwen. Als het licht niet komt
omarm je het duister. Draait dromend rondjes om je hemellichaam.
Jolies Heij